Vaktaal gebruiken of niet? Dit zijn de overwegingen

21 februari 2024
21 juli 2026
LEESTIJD: 4 minuten

Vind je het lastig buitenstaanders over je werk te vertellen? Sta dan eens stil bij je formuleringen. Misschien gebruik je te veel vaktaal of jargon.

Ken je het gevoel dat je het publiek kwijtraakt zodra je over je werk begint te vertellen? Dat is niet zo vreemd: als vakspecialist heb je te maken met een enorme kenniskloof. Jij weet zoveel meer over het onderwerp dan de ander dat het lastig is je in diens belevingswereld te verplaatsen. Dit verschijnsel wordt de kennisvloek genoemd.

Vaktaal gebruiken of niet? Lees onze vier overwegingen in deze post.

Zoals je kunt lezen in onze ultieme gids over presenteren is het cruciaal je boodschap af te stemmen op je doelgroep. Als die niet beschikt over jouw specialisme, is het raadzaam je taalgebruik onder de loep nemen.

Vaktaal of jargon?

Voordat je op je eigen formuleringen gaat reflecteren, is het belangrijk een onderscheid te maken tussen jargon en vaktaal. De eerste term betekent ‘groepstaal die voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen is’: het is dus bedoeld voor een specifieke groep mensen die het horen te begrijpen. Je kunt bijvoorbeeld spreken van juridisch jargon, computerjargon of sportjargon. Zelfs jongerentaal is jargon. Het is dus niet alleen bedoeld voor professionals, maar ook voor liefhebbers, hobbyisten of andere groepsleden die zich ermee afzonderen van de buitenwereld.

Vaktaal verwijst volgens de Dikke Van Dale naar een ’taal die eigen is aan een beroep of vak’. Die hoeft niet per se ontoegankelijk te zijn, maar bevat doorgaans wel vaktermen: dat zijn precieze, eenduidige en soms technische begrippen die vakgenoten in staat stellen snel en duidelijk met elkaar te communiceren. Hoewel vaktaal dus lang niet altijd goed te begrijpen is voor buitenstaanders, heeft het slechts als doel de onderlinge communicatie te vergemakkelijken. Identiteitsvorming of afzondering van de buitenwereld speelt hierbij hooguit een zeer beperkte rol.

Vier overwegingen over vaktaal

Wil jij als vakspecialist je boodschap overbrengen? Dan moet je hoe dan ook rekening houden met het kennisniveau van je publiek. Dit wil niet zeggen dat je vaktaal koste wat kost moet vermijden. Dat is niet altijd mogelijk en vaak ook niet nodig. Het belangrijkste is dat je bewust omgaat met de woorden die je kiest. Hieronder vind je vier overwegingen die je kunnen helpen je eigen taalbewustzijn te vergroten.

Tekstkaart met titel Vaktaal gebruiken of niet en advies: het kan geen kwaad om af en toe vaktaal te gebruiken, als je de boodschap maar afstemt op je doelgroep, want je geeft een presentatie niet voor jezelf maar voor degenen die je wilt bereiken.

1. Ethos opbouwen

Als spreker is het van fundamenteel belang dat je zo snel mogelijk je ethos opbouwt. In moderne termen spreken we ook wel van credibility: je wilt ervoor zorgen dat je publiek je gelooft en je boodschap van je aanneemt. Om dat te bereiken kan het geen kwaad als je af en toe een vakterm gebruikt. Ben je docent? Dan mag je best over uitvalcijfers praten. Werk je als dokter? Dan hoef je MRI-scan echt niet door plaatje te vervangen. En als je actief bent als econoom kun je de term conjunctuur ook wel een keer laten vallen. Buiten het feit dat al deze woorden redelijk ingeburgerd zijn, laat je ermee zien dat je een vakspecialist bent.

2. Connectie maken

Wat echter minstens zo belangrijk is als je eigen geloofwaardigheid, is de connectie die je opbouwt met je toehoorders. Zeker aan het begin van een presentatie wil je ervoor zorgen dat je het publiek boeit en geboeid houdt. Dat kun je doen door identificatie op te wekken, bijvoorbeeld in de vorm van een persoonlijk verhaal. In een dergelijke situatie gaat het niet zozeer om jou, maar vooral om je publiek. Als je dan vaktaal gebruikt, kan dat afbreuk doen aan de kracht van je verhaal. Het is in zo’n situatie dus verstandig waar mogelijk alledaagse taal te gebruiken.

3. Boodschap afstemmen

Een andere reden om vaktaal achterwege te laten, is omdat je de boodschap bij je doelgroep wil laten landen. Je geeft een presentatie immers niet voor jezelf, maar voor degenen die je wilt bereiken. Het is dan ook essentieel je presentatie op hun belevingswereld af te stemmen. Dat kun je bijvoorbeeld doen door beelden te gebruiken of praktijksituaties te schetsen die tot de verbeelding spreken. Op die manier kun je de informatie op een begrijpelijke manier tot leven brengen, zonder afbreuk te doen aan je ethos. Integendeel: waarschijnlijk draagt het er slechts aan bij.

4. Helder uitleggen

Volgens Chris Anderson, head of TED, kun je in vijf stappen een meesterlijke uitleg geven. Twee daarvan zijn cruciaal voor sprekers die dieper in de materie zitten dan het publiek: begin bij het begin en dien nieuwe concepten een voor een toe. Je mag best vaktaal gebruiken en ook best technisch worden, maar je moet het publiek meenemen in je uitleg. De chirurg die vertelt over een complexe operatie, moet dus eerst de context schetsen. En de docent die een betoog houdt over het belang van constructive alignment, doet er goed aan deze term te definiëren en van een praktisch voorbeeld te voorzien.

Weet jij hoe je vaktaal doelgericht inzet?

Om effectief te presenteren moet je bewust omgaan met je taalgebruik. Probeer dus alleen vaktaal te gebruiken als dat een duidelijk doel dient. Je wilt immers je deskundigheid tonen én je boodschap toegankelijk onder woorden brengen. Als je daar de juiste balans tussen weet te vinden, breng je de informatie helder en geloofwaardig over op een manier die resoneert bij je toehoorders.

PERSOONLIJKE BEGELEIDING BIJ HET SPREKEN

Met individuele presentatiecoaching werk je gericht aan jouw specifieke uitdagingen en groei je als spreker.

Auteursfoto van Stephan Borggreve
auteur

Stephan Borggreve

De Presenteerschool is een trainingscentrum en een kenniscentrum. Wij delen kennis over alles wat met presenteren te maken heeft. Alle gebruikte bronnen zijn te vinden in onze bibliografie. Over de totstandkoming van onze content lees je meer in de redactionele verantwoording.

Scroll naar boven