Ongeacht de situatie waarin je presenteert: als spreker wil je een boodschap overbrengen op anderen. De message map helpt je om focus aan te brengen.
In het artikel ‘Lessen van een preektijger‘ uit 2022 deelt een Nederlandse dominee zijn ervaringen met preken.

Hij spreekt over de braindumppreek: een preek “waarin een heleboel ideeën en dingen op het publiek worden gedumpt”, uitgesproken door “iemand die begint bij a, dan via een onnavolgbare sprong bij k komt en daarna op e”. Dat gebrek aan focus is volgens hem “een recept voor oppervlakkigheid.”
Wat voor preken geldt, gaat ook op voor andere situaties waarin je aan het woord bent: om je toehoorders geboeid te houden, moet je ze meenemen in je betooglijn. Dat is waar de message map om de hoek komt kijken.
De message map: uitgaan van je kernboodschap
Een grondige voorbereiding helpt je als spreker om je boodschap helder en geloofwaardig over te brengen. Denk bijvoorbeeld na over de doelgroep, je communicatieve doel en het inhoudelijke resultaat dat je wilt bereiken. Besteed daarnaast aandacht aan de opbouw van je presentatie. Je wilt niet alleen aansprekend beginnen en krachtig afsluiten, maar ook focus aanbrengen in de kern. De message map, gebaseerd op het piramideprincipe van Barbara Minto, kan daarbij van pas komen.
Niveau 1: kernboodschap
Wat is de minimale informatie die je toehoorders moeten onthouden? Deze vraag vormt de basis voor de message map: je gaat uit van de kernboodschap die je hoe dan ook wilt verspreiden, onafhankelijk van de situatie waarin je spreekt.
Bedenk dus welk effect je bij het publiek wilt teweegbrengen, ook als je maar tien seconden het woord krijgt. Denk verder goed na over de formulering: hoe pakkender je de kernboodschap weet te verwoorden, des te groter de kans dat de informatie blijft hangen.
Niveau 2: deelonderwerpen
Na de kernboodschap werk je de message map verder uit met deelonderwerpen. Beperk jezelf tot drie elementen, zodat je publiek ze na afloop als drieslag kan navertellen.
Begin bijvoorbeeld met het probleem, bespreek dan de analyse en presenteer tot slot de oplossing. Je kunt ook beginnen met een verhaal, daarna een stelling introduceren en tot slot je argumentatie geven. Een andere mogelijkheid is om een vraag te stellen, je zoektocht te beschrijven en het antwoord te geven.

Niveau 3: gedetailleerde informatie
Bij een langere presentatie kun je elk deelonderwerp ook weer in drie elementen opdelen. Het kan prettig zijn voor je publiek als je die steeds op een vergelijkbare manier opbouwt. Je zou elk deelonderwerp kunnen beginnen met een anekdote, waarna je uitlegt waar die anekdote symbool voor staat en bespreekt welke les je uit de situatie trekt.
Je kunt ook beginnen met een inzicht, dan beschrijven hoe je tot dat inzicht bent gekomen en tot slot bespreken welke consequenties je inzicht heeft. Overigens is dit het niveau waarop je de deelonderwerpen uit je message map met elkaar kunt verbinden, bijvoorbeeld door zinnen te gebruiken waarmee je het huidige onderwerp afrondt en het volgende introduceert.
Bewegingsruimte binnen de kaders
Je kunt je presentatie nog veel gedetailleerder uitwerken dan je op het derde niveau hebt gedaan. Dat heeft vooral te maken met je persoonlijke voorkeur. Sommige sprekers vinden het prettig precies te weten wat ze gaan zeggen, terwijl andere liever ter plekke de juiste woorden vinden om hun boodschap te verspreiden. De kracht van de message map is dat het model in beide gevallen werkt: het biedt zowel kaders als bewegingsruimte.
Helpt de message map jou als spreker?
Er zijn talloze manieren om als spreker je boodschap over te brengen. De message map helpt je de kern te structureren, focus aan te brengen en kaders te stellen waarbinnen je vrijuit kunt spreken.